Een nieuwe dag

Lees het fragment hieronder of download het via deze link.

‘Het hartje is gestopt met kloppen!’ zei de gynaecoloog alsof hij het over
een auto had. Vanachter zijn bril keek hij emotieloos naar Tanja en
Maarten.
‘Maar,’ stamelde Tanja vol ongeloof, ‘…twee weken geleden klopte het
nog?’ Ze staarde verbijsterd naar het beeld op het scherm waar een klein
mensje te zien was.
De gynaecoloog gebaarde naar haar en zei: ‘Kleedt u zich maar weer
aan.’ Zijn houding vertelde hun dat ze moesten voortmaken. Een volgende
klant zat in de wachtkamer te wachten.
‘Hoe kan dit nou?’ stamelde ze, nadat ze zich had aangekleed en naast
haar vriend op de stoel, die tegenover het bureau van de gynaecoloog
stond, ging zitten.
De dokter keek hen aan met zijn koude blik en leek uit een dictaat te
citeren, toen hij antwoordde: ‘Een miskraam komt vaak voor. Het is een
heel natuurlijk proces. Onleefbare embryo’s worden zo geëlimineerd.
Dat is maar goed ook.’
Dadelijk gaat hij nog zeggen dat we geluk hebben, flitste het door
Tanja heen terwijl ze naar Maarten keek. Deze zat levenloos naast haar,
met zijn schouders naar voren gebogen en zijn ogen neergeslagen. Dat
zijzelf verward keek en er al even teneergeslagen bij zat, zag ze zelf niet.
De gynaecoloog kwam van achter zijn bureau vandaan. ‘U moet niet
schrikken,’ citeerde hij verder, ‘als u veel bloed verliest. Dat kan voorkomen.’
Tanja knikte. De man vervolgde zijn uitleg met dezelfde eentonige
stem. ‘Het is ook niet voorspelbaar wanneer u de miskraam
krijgt. Als het na twee weken nog niet natuurlijk is verlopen, moet u
terugkomen voor een curettage.’
‘Moet ze hiervoor niet naar het ziekenhuis?’ vroeg Maarten in een moment
van alertheid.
‘Nee, nee dit kan gewoon thuis,’ antwoordde de gynaecoloog. De dok-

ter stak zijn hand naar de twee wanhopige mensen uit. ‘Sterkte!’ zei hij.
Een paar minuten later liepen twee zombies door de gangen van het
ziekenhuis. Ze zouden niet meer kunnen vertellen hoe ze bij de uitgang
waren gekomen.
‘Nee, nee zo gaat wraak niet!’ had zij op een zondagochtend twee maanden
daarvoor vrolijk geroepen. ‘Kijk goed!’ zei ze opgetogen, terwijl ze
opstond ‘Zo gaat dat!’ Ze begon te lopen op haar blote voeten alsof ze
hoge hakken droeg, wiebelend met haar taille. Ze droeg nog haar sexy
nachtjapon. Maarten keek verwonderd lachend naar haar. Ze vervolgde
vol energie.’ Je hebt het niet begrepen! Je moet niemand iets aan willen
doen! Kijk, nu lopen wij samen in de stad jouw ex tegen het lijf… En
zij? Zij is… alleen.’ Ze benadrukte het laatste woord, terwijl ze gebaren
maakte om te laten zien hoe zij omarmd liepen.
Ze vervolgde: ‘Dan stel je me voor en zeg je dat wij al drie jaar samen
zijn. Ze is toen bij jou weggegaan met die andere man, maar nu is zij
alleen en zijn wij samen… Dat is pas wraak!’ Ze lachte breed en keek
naar hem om te zien of hij het begreep.
Hij was opgestaan en liep naar haar toe. Hij pakte haar bij haar
rechterarm en trok haar zachtjes tegen zich aan, fluisterend met een
diepe stem: ‘Zullen we het doen zonder condoom?’
Tanja’s mond viel open van verbazing. Ging dat zo? Al een jaar wachtte
ze op hem. Al een jaar lang maakte hij verbale lijstjes over alle negatieve
kanten van het krijgen van kinderen. En nu? Ineens dit? Ze twijfelde,
maar keek hoopvol naar hem. Zo’n diep verlangen naar een kind had ze
nog nooit gehad. ‘Weet je het zeker?’ vroeg ze. Hij knikte…
Twee weken later stapte ze op de trein naar Parijs. Ze kon niet wachten
om haar vrienden te vertellen dat zij en Maarten een kindje probeerden
te maken!
‘Misschien ben je vandaag met zijn tweetjes,’ had hij op het perron
gefluisterd. ‘Dus extra opletten, hè?’
Zij was één en al ontroering sinds die bewuste dag waarop hij tegen
haar had gezegd, dat ook hij verlangde naar een kind. Ze kon aan niets
anders denken. Vanuit het raam van de trein had ze gezien hoe haar
vriend op het perron steeds kleiner werd en toen niet meer te zien was.
In plaats van te gaan lezen, begon ze te mijmeren. Het verlangen naar

een kind was, nadat ze Maarten was tegengekomen, snel ontstaan. Ze
was natuurlijk niet meer de jongste geweest, vijfendertig, en ze hadden
eerst willen weten of ze wel een goede relatie konden opbouwen. Daarna
had ze hem de tijd gegeven; ook op advies van Monsieur Pheulpin, haar
psychoanalist uit Parijs. Deze had haar gezegd: ‘Veel vrouwen geven hun
man geen aandacht meer als ze een kind hebben. En daar zijn ze bang
voor. U moet hem geruststellen en hem laten zien dat, hoe druk u het
ook heeft, u altijd aan hem denkt.’
Eigenlijk waren ze laatbloeiers. Of pechvogels. Het was maar zoals je
het bekeek. Maarten zou zeggen dat hij veel pech had gehad met vrouwen.
Zij was daar echter erg blij mee, hetgeen ze hem vaak vertelde.
‘Ze waren dom, die vrouwen, om jou over het hoofd te zien!’
Hij keek haar dan vol ongeloof aan. ‘Ik kan haast niet geloven dat ik
nu iemand heb gevonden,’ antwoordde hij dan.
Vanaf het begin had zij zich voor hem heel belangrijk gevoeld en dat
had haar gerustgesteld. Hij had oprechte gevoelens voor haar en zij wist
nu onderhand wel, na een paar exen, dat dat belangrijk was. Het nadeel
was echter dat ze nu niet meer de jongsten waren.
Ik heb eigenlijk bijzonder veel trek, dacht ze plotseling, terwijl ze stopte
met mijmeren. Weet je wat? Ze zou iets lekkers gaan eten in het buffet
van de trein! Je wist maar nooit. Misschien moest ze voor twee mensen
zorgen. En hoewel het buffet erg duur was, stond ze even later met veel
smaak een spaghetti bolognaise te verorberen. Ze was verbaasd dat zo’n
kant-en-klaarmaaltijd zo lekker kon smaken! Op dat moment ging haar
mobiele telefoon. Dat was Maarten natuurlijk.
‘Hoe gaat het met jou?’ vroeg zijn bezorgde stem aan de telefoon.
‘Goed,’ vertelde Tanja opgewekt. ‘En met jou?’
‘Alles prima. Ik ga dadelijk naar Albert Heijn voor de boodschappen,’
antwoordde hij. ‘Zorg je goed voor jezelf? Je bent misschien met zijn
tweeën.’
‘Ja hoor, maak je maar geen zorgen. Ik kan aan niets anders denken
dan aan je weet wel,’ ratelde ze verder.
‘Ik ook,’ zuchtte hij aan de andere kant van de lijn. ‘Heb je nog iets
nodig van Albert Heijn?’ vervolgde hij.
Tot haar grote verbazing flapte ze eruit: ‘Unox paté.’ Ze had sinds haar
jeugd niet meer aan Unox paté gedacht. Haar moeder kocht het altijd,