Kinderen voor Tanja

Lees het fragment hieronder of download het via deze link.

‘Wat dacht jouw vader dan?’ vroeg Yesmina duidelijk gechoqueerd terwijl
ze met haar vinger haar zwarte bril over haar neus duwde. Ze was
klein, zoals alle Tunesische vrouwen, slank en zag er fragiel uit.
De twee vrouwen zaten in een typisch Parijs café op loopafstand van
de metro Saint Michel. Yesmina was de secretaris van Tunaction, een
organisatie van hoogopgeleide Tunesiërs die in Frankrijk woonden en
aan goede doelen deden in Tunesië. Ze keek van achter haar bril Tanja
scherp aan.
‘Heeft hij jullie echt gewoon in een Franse klas gezet?’ vroeg ze.
‘Ja,’ knikte Tanja twijfelend.
‘Wat dacht hij dan?’ herhaalde Yesmina haar vraag fel.
‘Dat we de taal zo al doende zouden leren,’ bromde Tanja.
‘Maar,’ riep Yesmina verontwaardigd, ‘dat werkt alleen als de kinderen
twee of drie zijn, niet zeven!’
Tanja knikte stil. Na een moment van aarzeling, vervolgde ze: ‘Snap je?
Ondanks een groot verzet heb ik Frans geleerd, maar ik heb daarna
nooit meer Arabisch willen leren.’
‘Jammer,’ zuchtte Yesmina. ‘Hoe lang heb je eigenlijk in Tunesië gewoond?’
vroeg ze na een aarzeling.
‘Van mijn zevende tot mijn negentiende,’ vertelde Tanja terwijl ze wist
dat dat bijzonder was. Buitenlanders bleven meestal nooit langer dan
twee jaar.
‘Tot je baccalaureaat?’ vroeg Yesmina. ‘ Dat is lang!’
‘Ja, daarna heb ik zoals jij gedaan en ben ik in Parijs gaan studeren,’
legde Tanja uit.
Toen ze van de metro Saint Michel naar het café waren gelopen, had
de Tunesische vrouw in vogelvlucht over haar leven verteld. Ze had altijd
goede punten gehaald en een beurs gekregen om te studeren in
Parijs.
97
‘Wat voor baan heb je eigenlijk?’ vroeg Tanja nieuwsgierig.
‘Ik ben een secretaresse. En jij?’
‘Ik ben docente Frans,’ lachte Tanja nu een beetje ontspannen ‘Na al
dat verzet ben ik nu wel blij dat ik goed Frans spreek, hoor!’
Toen kwam eindelijk de verwachte aanval: ‘Waarom wil je eigenlijk
een kindje sponsoren in Tunesië?’
Wat moest Tanja hierop zeggen, zonder een wereld van pijn en ellende
te laten zien? Voorzichtig tilde ze een tipje van de sluier op maar bleef
zakelijk. Ze had het gevoel om op sollicitatiegesprek te zijn.
‘Ik heb in Tunesië de armoede erg gevonden en het leven heeft gemaakt
dat ik geen kinderen heb kunnen krijgen.’ Ze zweeg even. Nee,
er kwamen geen tranen. Ze had zich er nu onderhand wel bij neerge–
legd. Dat ze helemaal gek was geworden van verdriet door vier miskramen
in ander half jaar tijd, hoefde deze vrouw helemaal niet te weten.
Ze gebaarde alleen maar naar het rapport van Sami en mompelde: ‘Kun
je het rapport van Sami voor mij vertalen?’
Sami was het manneke van acht dat Tanja ging sponsoren. Ze had zijn
rapport ontvangen maar snapte er geen snars van omdat het in het Arabisch
was.
‘Tuurlijk,’ zei Yesmina enthousiast
Nu werd het leuk. Tanja gaf het dossier aan Yesmina.
‘Wat een schattig jongentje,’ zei Yesmina terwijl ze naar de foto keek
die bij de rapporten zaten. Toen fronste ze haar wenkbrauwen en legde
uit: ‘Dit betekent dat hij gewelddadig is en dat er veel ruzie thuis is.
Misschien slaat de man zijn vrouw wel. Hij is goed in muziek,’ zei
Yesmina. ‘Muziekles is zingen in Tunesië. Ze hebben geen muziekinstrumenten.
Hij zingt dus goed!’ grapte Yesmina vrolijk.
Tanja glimlachte maar dacht ook aan de boze Sami die niet wilde
werken op school en die het moeilijk had. Ze droomde wat terwijl ze
naar de jonge vrouw keek die tegenover haar zat. Ze zou haar best als
vriendin willen hebben. Maar zo ging het niet in het leven, wist ze.
Maar zij, Tanja, had altijd bij hen, de Tunesiers, willen horen.
‘Ik vind het zo leuk om nu nieuwe contacten te leggen in Tunesië,’ zei
ze. ‘Mijn horror is om een toerist te worden in eigen land.’
‘Dat kan niet zolang je zus in Tunesië woont,’ zei Yesmina. Deze laatste
informatie had Tanja haar gemaild.
‘Mag ik naar de CDIS gaan als ik in Sousse ben?’ vroeg ze gespannen,
98
bang dat er nee werd gezegd. Het CDIS was een preventieprogramma
om ervoor te zorgen dat kinderen uit populaire buurten niet afhaken op
school en delequenten worden.
‘Je kunt Sami ontmoeten samen met een maatschappelijk werkster en
misschien zelfs bij de ceremonie aanwezig zijn.’ De ceremonie was een
begrip bij Tunaction. Het was een soort feestje dat werd georganiseerd
voor de kinderen wanneer ze kleren en spullen voor school kregen
‘Dat zou veel voor mij betekenen.’
‘Misschien kun je van alles doen voor Tunaction met je zus?’
Tanja zweeg.
Yesmina vervolgde: ‘Ik sponsor ook een kindje van Tunaction.’
Tanja droomde weg en dacht aan Bamwaté. ‘Ik sponsor ook nog een
meisje via Plan in Afrika,’ vertelde Tanja met de ontroering die ze voelde
sinds ze een week geleden een briefje had ontvangen van Bamwaté uit
Burkina Faso.
‘Weet je,’ vervolgde Yesmina peinzend, ‘ik sponsor nog een kind in
Palestina. Dat vind ik heel belangrijk.’
Tanja knikte. De Arabier in haar had dat ook al gewenst. Zelfs haar
man die nog niets had met haar projecten zag daar het nut van in. Je
kon ook een kind sponsoren in Sidi Bouzid waar de revolutie in Tunesië
was begonnen. Tanja wilde alles wel. Maar ze was dichtbij huis gebleven:
Sousse, de stad van haar jeugd. ‘Denk je dat het een verschil maakt?’
vroeg ze hoopvol.
‘Het is beter dan niets,’ antwoordde Yesmina. ‘Maar we kunnen ze niet
allemaal redden.’ Ze keek even snel op haar horloge. Om negen uur
moest ze gaan werken. Vanwege een drukke agenda aan beiden kanten,
hadden ze om acht uur ’s ochtends afgesproken. ‘Wat ga jij nu doen?’
vroeg Yesmina terwijl ze opstond.
‘Ik ga naar vrienden,’ loog Tanja die nu een afspraak had met haar psychoanalist
Monsieur Pheulpin.
De bel van de metro kondigde aan dat hij zou vertrekken. Maar hij
haalde Tanja niet uit haar gemijmer. Ze dacht terug aan een van de
ellendigste tijden uit haar leven. Hoe was het mogelijk geweest dat zij,
toch een intelligent iemand, helemaal gek was geworden van verdriet.
Als ze er nu zo over nadacht, was het allemaal begonnen in de dagen
waarop ze voor de zoveelste keer krampen kreeg in haar vierde zwanger-
99