Blog: Leren schrijven van schrijvers

Leren schrijven van schrijvers

Bron; Duizend schitterende zonnen van Khaled Hosseini De Bezige Bij.

Ik ben weer voor de zoveelste keer aan de zoveelste versie van mijn roman over mijn jeugd in Tunesië begonnen. Deze keer pak ik het anders aan, heb ik een tijdje geleden besloten. Na een paar cursussen en een paar boeken over hoe je een roman moet schrijven, bereid ik het schrijven voor en laat ik niets meer – of bijna niets – aan het toeval over. Ik heb plotseling behoefte aan studie. Op dit precieze moment worstel ik met mijn eerste hoofdstuk. Om mijn technieken te verbeteren, begin ik elke ochtend met het bestuderen van schrijvers die ik bewonder. Ik kijk vooral naar hun eerste hoofdstuk, nu ik daarmee bezig ben. Hoe pakken ze de eerste zin aan? Hoe beantwoorden ze de vragen Wie? Waar? Waarom? Waarvoor? Met welk doel? Zo heb ik ook naar het eerste hoofdstuk van Duizend schitterende zonnen van Khaled Hosseini gekeken, omdat ik dat een prachtig boek vind. Hier volgt wat ik heb geleerd:

De beginzin luidt: “Mariam was vijf jaar oud toen ze voor het eerst het woord harami hoorde.” Opmerkelijk is dat de zin ook meteen een hele alinea is. De hoofpersoon wordt meteen bij naam genoemd: Mariam. Ook haar (begin) leeftijd wordt genoemd. De spanning van de opening zit hem in het woord harami. Wat betekent het? De lezer wil doorlezen en zal pas de vertaling krijgen op het einde van de pagina: harami betekent bastaard. Mariam als bastaard, blijkt de rode draad van het hele hoofdstuk te zijn.

Het contrast tussen de personages is groot en Khaled Hosseini geeft ons meteen het conflict van Mariam zijn hoofdpersonage te zien. Je hebt aan de ene kant Mariam en aan de andere kant haar ouders. Zij wordt verscheurd tussen beiden. Haar moeder noemt haar een harami en vertelt bijvoorbeeld over haar vader: “Hij heeft ons bedrogen, die lieve vader van je.” Maar Marian denkt anders over haar vader. “De waarheid was dat Mariam zich in Jalils buurt helemaal geen harami voelde”.  Het interessante is, dat later in het hoofdstuk, de schrijver impliciet laat merken dat Jalil ook negatieve kanten heeft en dat Nana’s gevoelens toch ook wel te begrijpen zijn. Zo heeft Jalil een bioscoop waar hij Mariam alleen maar over vertelt. Hosseini schrijft: “Op een dag zei Jalil dat kinderen elke dinsdag gratis ijs kregen. Nana glimlachte terughoudend toen hij dat zei. Ze wachtte tot hij de kolba (het huisje) had verlaten en zei toen schamper lachend “De kinderen van vreemden krijgen ijs. En wat krijg jij, Mariam? Verhalen over ijs.”. Op het einde van het hoofdstuk hebben we begrip voor al de drie personages en vooral veel inlevingsvermogen in het conflict van Mariam.

Voor iemand die het hele boek heeft gelezen is het einde van hoofdstuk I een knipoog naar wat er gaat volgen. Want inderdaad wat Nana zegt over mannen “net als de naald van het kompas die naar het noorden wijst, vindt de beschuldigende vinger van een man altijd een vrouw”, zal wel heel erg van toepassing zijn op Mariams latere leven. De schrijver weet dus overduidelijk waar hij naartoe gaat!